Home                                                                                Chatbox                                                              vwsdating.com

*

Auteur Topic: de geschiedenis van geld  (gelezen 6391 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Twan

  • administrator
  • veteraan
  • **********
  • Berichten: 3069
  • Country: be
  • Geslacht: Man
de geschiedenis van geld
« Gepost op: 26 februari 2013, 21:11:41 »
  • Publish
  • Wat is geld ?


    Twee mysteries domineren ons leven. Het ene is de liefde en het andere is geld. Over de liefde zijn talloze boeken en liedjes geschreven en vele hollywood kaskrakers gemaakt. Maar over geld weten we vrijwel niets en ook op de schoolbanken wordt ons vanalles geleerd maar niet wat datgene is dat voor een groot deel ons latere leven zal bepalen. Is het niet vreemd dat we dan net daarover zo weinig weten ? De meeste mensen denken dat geld door de overheid gemaakt wordt. Maar is dit wel zo ? Als we willen begrijpen wat geld vandaag de dag is dan moeten we om te beginnen de geschiedenis ervan induiken.

    Het eerste geld waren munten die zelf de waarde hadden die ze vertegenwoordigden.


    In den beginne ... was geld gewoon iets dat veel waarde had in de ogen van de mensen die het gebruikten als betaalmiddel en liefst iets dat klein was en dat dus makkelijk hanteerbaar was. Dit konden (edel)stenen zijn of parels of dierenhuiden of ook wel schelpen, veren of goud of zilver. Wat als waardevol werd beschouwd was verschillend van cultuur tot cultuur. Maar dat maakte niet uit zolang er maar duidelijkheid bestond over de waardeverhouding tussen bvb enerzijds een bepaalde zeldzame veer, steen, schelp enz en anderzijds een rund of een hoeveelheid graan of een boot of gelijk wat.

    Naarmate de wereld kleiner werd en de eerste wereldrijken ontstonden, zoals bvb Rome, werden goud en zilver meer en meer de universele  betaalmiddelen. De reden hiervoor was dat goud en zilver nagenoeg overal als waardevol werden beschouwd. Terwijl dit voor stenen, pluimen en andere voorwerpen veelal slechts plaatselijk het geval was. Bovendien was edelmetaal gemakkelijk te bewerken en omzetbaar van de ene vorm in de andere.

    Echt geld ontstond vervolgens toen overheden dit gingen vervaardigen en in eerste instantie letterlijk munten gingen slaan. Deze eerste munten werden gegoten en bevatten een vast bepaald gewicht aan goud of zilver en konden dus in principe weer omgesmolten worden om er andere gouden voorwerpen van te maken. Om fraude te voorkomen werden allerlei truuken bedacht. Zoals oa een beeldenaar en een gekartelde rand om te vermijden dat er goud van de munt kon worden afgevijld. In deze eerste fase hadden deze munten of betaalmiddelen hoe dan ook zelf intrinsieke waarde. En ze vertegenwoordigden dus niet slechts een bepaalde waarde.

    Het ontstaan van briefgeld of waardepapier.

    In de volgende fase was dit niet langer het geval en dit is dan ook het begin van het briefgeld of anders gezegd waardepapier of papier dat een bepaalde waarde vertegenwoordigd zonder zelf die waarde te hebben. Om uit te leggen hoe dit tot stand kwam volgen een paar verhaaltjes.

    In de middeleeuwen kwamen mensen bijvoorbeeld wekelijks tesamen om de opbrengsten van hun land en arbeid met elkaar te ruilen. Op die manier konden ze datgene waarvan ze teveel hadden omzetten in iets anders waarvan ze te weinig hadden. Zo kon een visser bijvoorbeeld graan bekomen in ruil voor zijn teveel aan vis. En de boer kon vis kopen in ruil voor het graan dat hij teveel had. Het werd echter lastig als de graanboer helemaal geen vis wilde maar wel wol van de schapenboer. Terwijl de schapenboer geen graan wilde hebben maar wel vis. Daar kwam nog eens bij bovendien dat de middeleeuwen niet bepaald de veiligste tijden waren en dat het dus niet evident was dat goederen niet werden gestolen op en van en naar de markt.

    Zodoende ontstond het volgende systeem. Een rijke en slimme burger huurde wat zware jongens in en stelde zich ergens centraal op op de markt en begon te functioneren als wat wij tegenwoordig nog kennen als een vestiaire tijdens een concert of optreden. Dwz de graanboer kwam naar de markt en gaf zijn graan aan deze centrale stand af en kreeg als bewijs daarvoor ontvangstbewijsjes of in dit geval dus graanbonnetjes. De visser gaf zijn vis af en kreeg visbonnen als ontvangstbewijs. De schapenboer gaf zijn wol af en kreeg wolbonnetjes als ontvangstbewijs. Vervolgens werden deze bonnen op de markt dan onderling verhandelt en geruild en op het einde van de dag ging iedereen deze dan weer omruilen in de centrale “vestiaire” voor de goederen die ze vertegenwoordigden en zo ontstond in feite het eerste briefgeld. Soms gebeurde het ook dat iemand niet al zijn bonnen ging omruilen op het einde van de dag en deze bewaarde voor de volgende week ofzo. Vis bijvoorbeeld werd immers rot, maar visbonnen kon men vele jaren bewaren. Die rijke burger met zijn centrale “vestiaire” of depot had dus een gat in de markt gevonden en werd algauw heel rijk. En deze rijkdom werd zo groot dat hij ze moest omzetten in goud om ze nog te kunnen hanteren en zodoende werd hij op de duur ook goudsmid. Om dit goud te beschermen had hij nu ook gans de week zijn zware jongens nodig, maar dat was geen enkel probleem want hij kon die ook betalen. Hij bouwde ook een stevige vesting met daarin een kluis, waarin hij zijn goud veilig en goed bewaakt kon opbergen. Vervolgens kwamen andere mensen die ook wat goud hadden en ermee verveeld zaten om bestolen te worden, hem vragen of hij dit goud voor hen wilde bewaren in zijn veilige kluis. En dus begon deze burger een gedeelte van zijn kluis te verhuren aan andere burgers. Als bewijs dat mensen hem goud hadden gegeven gaf hij deze mensen goudbonnen. Nu gingen de mensen niet telkens ze iets wilde kopen hun goud eerst terug ophalen. In de plaats daarvan kochten ze gewoon goederen op de markt met hun goudbonnen. En dit systeem werkte aardig en iedereen had er voordeel bij. Gezien de goudsmid zelf nog altijd het meeste goud in zijn kluis had liggen en hij niet tevreden was met de opbrengst van de gedeeltelijke verhuur van de kluis, begon hij zijn eigen goud ook uit te lenen. Maar het was gevaarlijk voor de mensen die goud leenden om dit goud daadwerkelijk mee op stap te nemen en dus vroegen die mensen ook goudbonnen in plaats van het echte goud, waarvan ze liever hadden dat de goudsmid dat veilig bleef bewaren in zijn kluis. En dit bracht de goudsmid op een nog beter idee. Hij wist namelijk dat nooit alle mensen tegelijkertijd al hun goud kwamen ophalen en dat niemand anders dan hijzelf precies wist hoe groot de totale goudvoorraad was die zich in zijn kluis bevond. En dus begon hij ook het goud van de andere burgers, dat hij slechts bewaarde uit te lenen. Gezien de ontleners ook steeds goudbonnen vroegen in plaats van het echte goud zou ook niemand daar schade van ondervinden. Maar hij kon intussen de rente wel incasseren en nu ook op het goud dat niet van hem was. En zo werd de goudsmid almaar rijker en rijker.

    De eerste run op de bank en het ontstaan van de eerste echte bankinstellingen

    Hij werd nu zo rijk dat zijn medeburgers argwanend en afgunstig werden op zijn rijkdom en ze begonnen zich af te vragen of hij hun goud niet had opgebrast. Uiteindelijk ging deze argwaan zo ver dat enkele rijke burgers hun goud terug gingen eisen en zo ontstond de eerste zogenaamde run op de bank en dit is sindsdien de nachtmerrie van elke bankier gebleven. Hoe dan ook overleefde hij die eerste run op de bank want het goud dat hem in bewaring was gegeven was er ook daadwerkelijk nog, tot op de laatste gram. Schoorvoetend moest hij echter toegeven dat hij dit goud ook nog eens uitgeleend had en hierop intussen rente incasseerde, terwijl hij ook nog eens huur ontving van de eigenaars van het goud. De eigenaars besloten vervolgens om hun goud toch in de kluis van de goudsmid te laten liggen in ruil voor een deel van de rente die hij erop ontving en weigerden hem verder nog huur te betalen voor het bewaren van hun goud. En in plaats van dat ze dus zoals eerst betaalden voor het bewaren van hun goud eisten ze om daar voortaan voor betaald te worden. En zo ontstond het bankieren zoals de meeste mensen dat vandaag de dag kennen en waarvan ze veronderstellen dat het vandaag de dag nog steeds zo functioneert. Het geld dat zij op hun spaarboek hebben staan daarop krijgen ze rente en die rente is een deel van de rente die de bankier ontvangt door datzelfde geld weer aan anderen uit te lenen. En de winsten van de banken zijn het verschil tussen die twee rentetarieven. De rente die ze aanrekenen enerzijds aan hun ontleners en de rente die ze uitbetalen aan hun spaarders anderzijds.   

    De tweede run op de bank en het ontstaan van geld dat niet langer door echt goud of waarde gedekt wordt.

    Nu de burgers betaald werden door de bankier om hun goud te bewaren waren zij weer tevreden en hun achterdocht was weer voor een tijd verdwenen. En na een tijd begon de bankier daar weer misbruik van te maken. Hij wist immers dat zolang niet iedereen tegelijkertijd zijn goud kwam ophalen hij geen verantwoording moest afleggen over de totale hoeveelheid goud die hij in zijn kluis had liggen. En dus begon hij meer goudbonnen te maken en uit te lenen dan dat hij goud in zijn kluis had liggen en zolang er geen tweede run op de bank kwam zou niemand weten dat hij weer gefraudeerd had en rente had ontvangen op uitgeleend goud dat nooit echt bestaan had. De bankier had nu een manier gevonden om goud te maken uit het niets en had dus ahw het geheim ontdekt van de alchemie. Generatie op generatie kwam en ging en de bank ging over van vader op zoon en de macht van deze familie om goud te verzinnen zoveel zij wilden steeg hen na verloop van tijd weer naar het hoofd en zij werden zo rijk dat burgers weer argwanend werden en er kwam een tweede run op de bank op gang. Ditmaal viel de bankier wel door de mand want hij kon onmogelijk al het goud terug geven dat hij verzonnen had. Het gevolg was dat zijn bank gesloten werd, hij de gevangenis in ging, het publiek vertrouwen in het banksysteem beschadigd werd én dat mensen ook nergens nog terecht konden voor leningen en dit juist in de periode waarin de kolonisatie van de wereld volop op gang was gekomen en er dus meer dan ooit een zeer grote nood was aan leningen.

    Om het vertrouwen in de banken te herstellen en s lands economie terug op gang te krijgen en te voldoen aan de grote vraag naar kredieten werd dit systeem waarbij banken goud verzinnen vervolgens gelegaliseerd en gereguleerd in plaats van verboden. De doorslaggevende reden hiervoor was het feit dat de totale vraag naar leningen groter was dan de totale hoeveelheid goud en dit was vooral zo dankzij de kolonisatie en de investeringen die deze onderneming vereiste. Voortaan werd dus afgesproken dat banken 9 keer zoveel goud mochten uitlenen dan ze werkelijk in kas hadden en hierop is het bankieren van vandaag de dag nog steeds gebaseerd. In het engels wordt dit fractional reserve banking genoemd en hoe ik dat juist moet vertalen is mij eigenlijk een raadsel. Misschien kunt u het eens vragen aan uw bankier maar in 9 van de tien gevallen gaat zelfs hij deze term niet kennen en dus net zoals de meeste andere burgers denken dat banken nog steeds hun winst grotendeels putten uit het verschil van de rente die ze aanrekenen aan hun schuldenaars en degene die ze uitkeren aan hun spaarders.

    De afschaffing van de goudstandaard en de overgang naar het hedendaagse schuldgeld.

    Hoewel de goudstandaard reeds in het begin van de vorige eeuw danig was aangevreten door deze praktijk van fractional reserve banking, waarbij nog slechts een klein deel van ons geld door echt goud of waarde gedekt werd, heeft het nog tot in de jaren zestig geduurd voor de goudstandaard in de verenigde staten door president Nixon geheel werd afgeschaft. En het is veelzeggend dat dit gebeurde zonder dat er daaraan veel ruchtbaarheid werd gegeven in de krant of op de televisie. In Belgie, zo leerde ik na een telefoontje naar de nationale bank, werd de goudstandaard heimelijk afgevoerd in 1971. Deze informatie kon ik nergens terug vinden. Ook niet op het internet en werd mij pas na aandringen schoorvoetend verstrekt door de ambtenaar van de nationale bank die mijn telefoontje beantwoordde, na eerst een keer of zes te zijn doorverbonden door collega's van hem die niet wisten wat ze begot op die vraag moesten antwoorden.

    Tot voor de jaren zestig kon men een dollar bvb nog daadwerkelijk inwisselen voor een hoeveelheid zilver die op het biljet vermeld stond. En een dollar was toen dus eigenlijk nog een zilverbon of een papier dat echte waarde vertegenwoordigde. Hoewel het echter onmogelijk geweest zou zijn om alle Amerikaanse burgers de vermeldde hoeveelheid zilver te geven moesten deze al hun dollars daadwerkelijk zijn komen verzilveren. De praktijk van fractional reserve banking was immers al courant in de verenigde staten sinds minstens 1913.

    Toen de banken de toestemming kregen van de overheid om negen keer zoveel waardepapier uit te lenen als dat ze daadwerkelijk in kas hadden was dus één op de tien dollars nog echt door goud of zilver gedekt. De andere negen dollars in omloop, waren ook gedekt maar niet door waarde maar door schuld. Door de schuldbekentenis die de ontleners ervan hadden ondertekend om deze dollars te kunnen lenen en door de waarden die ze daarvoor in onderpand hadden gegeven. Zijnde hun huis, hun land of hun vast loon dat ze als contractuele arbeider verdienden.

    Mochten de banken dan al dat geld bijdrukken dat ze uitleenden zonder het te hebben ? Dat kan toch niet want het is toch de nationale bank die het geld drukt ? Neen dat mochten ze niet maar dat was ook niet nodig want net zoals vroeger nooit iedereen tegelijkertijd al zijn goud kwam ophalen komt nu ook niet iedereen tegelijkertijd al zijn geld afhalen van zijn spaarrekening. Bovendien worden de meeste leningen verstrekt in de vorm van cheques en deze cheques die ook als waardepapieren gelden mogen en kunnen wel door de banken vervaardigd worden. Probeer gerust eens uit om volgende keer als u een lening gaat afsluiten te eisen dat u de lening in cash uitbetaald krijgt – u zal dan wel zien dat die haring niet bakt.

    Wat de meeste mensen denken is dat als ze een spaarboek hebben waar bvb 10 000 euro op staat dat dit dan betekend dat die 10 000 euro van hen ergens in een kluis van de bank bewaard wordt. En dat ze die dus ten allen tijde terug kunnen gaan opnemen. De realiteit is echter dat die 10 000 euro een tegoed is dat opgeschreven staat op uw spaarboek. Het geld dat u op uw spaarboek hebt staan is maw ahw een lening die de bank bij u is aangegaan, een tegoed dat u van de bank hebt en een verbintenis van de bank om u dat zonodig terug uit te betalen, maar waarbij ze erop rekenen dat ze dat nooit ten aanzien van al hun spaarders tegelijkertijd zullen moeten doen. En een lening is een tegoed dat de bank bij u heeft. Een verbintenis van u aan de bank om een bepaalde hoeveelheid geld binnen een bepaalde termijn aan de bank terug te geven. Een lening die u hebt bij de bank is maw ahw een spaarboek die in het negatief staat, voor een bedrag dat zo groot is als wat u van de bank geleend hebt. En net zoals het spaargeld op uw spaarboek niet echt fysiek in de bank aanwezig is geldt dit ook voor  het geld dat u van hen geleend hebt. Ook dit geld bestaat dus niet echt en u leent geen geld van de bank maar een tegoed. De bank geeft u geen rooie cent maar enkel een tegoed of een belofte om u x euro te betalen zonder deze ooit echt te betalen.

    En met deze belofte, met dit tegoed dat de bank u heeft toegekend kunt u de auto of het huis kopen dat u wenst te kopen. U geeft dan immers dat tegoed door aan de verkoper van dat huis of die auto. En hij kan dat tegoed gaan incasseren in cash geld maar meestal doet hij dat niet en laat dit tegoed gewoon op zijn rekening staan en hierop rekenen dus de banken nog steeds zoals vanouds. Namelijk dat al de tegoeden die ze uitschrijven en toekennen en die eveneens verhandelt worden zoals de graan en visbonnen destijds op de markt toch nooit allemaal tegelijk verzilverd gaan worden. Zeker al niet in zilver of goud omdat de goudstandaard is afgeschaft maar zelfs niet in cash geld. Maw als je alle geld zou optellen dat er op de spaarboeken van alle burgers en bedrijven staat en alle tegoeden die door de banken in de vorm van leningen aan die burgers werden toegekend en je zou deze totale som vergelijken met de totale som die in omloop is in briefgeld en muntgeld dan zou dit bedrag totaal niet overeenstemmen. En dan zouden we zien dat slechts een zeer klein percentage van al het bestaande geld ook echt gedrukt is. Het grootste gedeelte zijn louter cijfers of tegoeden op een spaarboek of bankrekening dat nooit echt gedrukt is of nooit echt fysiek bestaan heeft. Naar schatting zou vijf jaar geleden zodoende ongeveer 70 percent van alle geld dat er is louter digitaal geld zijn, dat nooit gedrukt werd maar toch verhandelt wordt en toch geldt als elektronisch betaalmiddel.
    De ratio van 9/1 ( niet bestaand geld dat banken dus mogen bij verzinnen ) werd bovendien opgerokken en verandert naar 20/1 of 30/1 en in verschillende landen werd deze beperking zelfs volledig afgeschaft. De 9/1 verhouding was ahw slechts een spreekwoordelijke voet tussen de deur van de banken en een precedent dat diende om de praktijk van fractional reserve banking ingang te doen vinden en te laten uitmonden in de toestanden die we vandaag de dag kennen en waarbij banken zoveel geld mogen bij verzinnen als dat wij willen en kunnen lenen én waarbij geld niet langer wordt gedekt door goud in de nationale bank maar louter door uw verbintenis om dat geld terug te betalen. Geld vandaag de dag is maw schuld en elke dollar of euro die in omloop is, in cash of digitaal kwam tot leven toen iemand die dollar of euro leende bij een bank. En het omgekeerde is ook waar. Wanneer u uw lening hebt afbetaald dan "sterft" de dollar of de euro die u geleend had. En moesten theoretisch alle schulden van alle burgers en bedrijven en de staat morgen zijn afbetaald dan was er GEEN geld meer. We zijn maw volledig afhankelijk gemaakt van steeds nieuwe kredieten om onze economie in gang te houden.

    Daarbij komt dan ook nog eens dat de rente die de bank eist niet in bestaan wordt gebracht en u dus meer moet terugbetalen dan wat de bank u geleend heeft. Of maw er moet in zijn totaliteit gezien meer aan de banken worden terugbetaald dan wat er bestaat, Ze creeren immers het bedrag van hun leningen als een verhandelbaar tegoed, maar niet de rente die erop moet betaald worden. En om te zorgen dat dit geld er dan toch is moeten de banken elk jaar meer en meer leningen zien te slijten. En nu zijn we aanbeland op de grenzen die dit schuldmonster kan aannemen en dat beste lezer en niets anders dan dat is de oorzaak van de bankcrisis waarin we nu wereldwijd terecht zijn gekomen. De banken kunnen zoveel geld maken als dat wij kunnen lenen en wij kunnen dat enkel terugbetalen als zij telkens meer geld kunnen bijmaken door weer nieuwe leningen aan ons te slijten. Maar de grens is bereikt en we hebben het maximum geleend dat we kunnen lenen en volgend jaar kan dat dus niet nog eens meer zijn en toch moet het want anders stort gans onze economie in ... en dat doet hij ook, getuigen daarvan de crisis, de recessie en de armoede die we weer zien oprukken zoals nooit tevoren en die zoals de geschiedenis leert uiteindelijk altijd uitmond in oorlog.

    Bronnen :
    - vooral de documentaire “money as debt” of “geld als schuld” van Paul Grignon
    - de nationale bank van Belgie.

    inspiratie

    1 Timotheus 6 vers 10 "Want de liefde voor geld is de wortel van alle kwaad"

    Thierry Wlazlak
    « Laatst bewerkt op: 25 november 2016, 23:01:01 by Thierry »

     

     
    leden
    Stats
    • Totaal aantal berichten: 23702
    • Totaal aantal topics: 2656
    • Online Today: 1
    • Online Ever: 204
    • ( 3 augustus 2012, 12:31:26)
    Gebruikers Online
    Users: 0
    Guests: 1
    Total: 1
     
    © Het Vierde Wereld Syndicaat